Ik douche me suf!

Of eigenlijk douche ik me levendig. En ik meende nog wel van nature een proper anti-aanbak laagje te bezitten, hier blijk ik plakkeriger dan “een zuurtje dat je onderin je tas vindt” (citaat: Jessica Brinkman).

Want tsjonge… wat is het hier heet! En vochtig. Hoezeer ik mijn inspanningen ook beperk tot een absoluut minimum, me slechts kleed in de niemendalligste kledij én me bovendien uitsluitend begeef op de meest tochtige en schaduwrijke hoekjes, in een oogwenk voel ik me al kleveriger dan een lekkende pot Maggi (hier overigens zeer populair, maar dan niet lekkend).

Dat zo’n temperatuurmeter, die je bij elk winkelbezoek op je voorhoofd gericht krijgt, nooit boven de 36,4 graden uitkomt, stelt me dan best wel een beetje gerust. Want ook nu, precies middernacht, is het hier nog steeds 27 graden Celsius. 

Het zal op den duur vast wel dragelijker worden. Maar ik begrijp nu best wel waarom die kleine Ruben in 1966 zijn heil zocht in de koelste ruimte in huis die hij maar kon bedenken. Het monument, dat voor hem is opgericht in de Palmentuin, getuigt van de afschuwelijke familie tragedie, die daar het gevolg van is geworden.

Het zijn wrang genoeg steevast de meest vindingrijke en origineelste denkers, die de grootste risico’s lopen. Ruben zou dan ook vast een veelbelovende jongeman zijn geworden. Precies zo’n ondernemende doorzetter én durfal waar Suriname nu de grootste behoefte aan heeft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *