“U heeft een horloge, wij hebben de tijd” leerden wij in Nederland al over het verschil tussen Nederlanders en Surinamers. Het leek ons een heerlijk vooruitzicht hier zo te mogen leven. Geen ge-stress, 100% relaxed en in alles ulta-zen, hoe onlogisch of nodeloos inefficient sommige gewoontes of procedures ons ook aan zouden doen! When in Paramaribo, zeg maar.
Dus…
- Drie uur wachten voor een pinautomaat: g e z e l l i g !
- Eerst in een lange rij voor de kassa om te betalen en dan na lang wachten in de rij voor het afhaal-loket te horen dat “het” was uitverkocht: no spang!
- Bij kassa 1 gezegd krijgen dat je daar niet kunt betalen met een credit-kaart (“Huh, een cerdit-kaart?”), maar dat het bij de verst van haar verwijderde kassa (9) wèl kan. Door de juffrouw van die kassa vervolgens naar kassa 4 te worden gestuurd, die gesloten blijkt. Onaangedaan heb ik al mijn boodschappen weer teruggelegd.
Deel 1: Postzegels
Kortom, ik had inderdaad de tijd en zeker geen horloge! Met het opgebouwde vertrouwen in mijn oneindig geduld stapte ik op een morgen op mijn fiets om postzegels te gaan kopen. Helemaal verrukt was ik, toen ik bij het hoofdpostkantoor op het Kerkplein zelfs geen rij zag. Dat werd een fluitje van een SRD-cent!
- “Mag ik van u postzegels voor een brief?”
- “Heeft u de brief bij u?”
- “Euh, nee.”
- “U moet met de brief komen!”
- “Waarom?”
- “Zonder brief kan ik u geen postzegels verkopen.”
- “Ja maar ’t is een standaard envelop, met één dun velletje papier er in.”
- “Die brief moet u dan de volgende keer meenemen.”
Ik zag mijn plan om de brief die middag nog op de post te doen in duigen vallen en hield voet bij stuk. Het ging me bovendien ook om het principe; er stond immers “Postzegel verkoop” bij dit loket. Achter mij hadden zich inmiddels twee mensen in de rij geschaard.
- “Waarom moet ik die brief meenemen?”
- “Die gaan wij dan wegen.”
- “Maar u verkoopt vast wel vaker postzegels voor een envelop met één vel papier er in; kan ik niet gewoon zo’n hoeveelheid aan postzegels kopen?”
- “Nee, want wij moeten hem wegen.”
- “Okay, ik denk dat 20 gram wel ongeveer het gewicht zal zijn.”, gokte ik.
- “Dat moeten wij dan hier eerst zelf ook nog wegen.”
- “Doet u mij voor de zekerheid dan maar een dubbele hoeveelheid postzegels.”
- “Nee, dat kunnen wij niet doen: u moet met de brief komen.”
Dus bedacht ik een truc:
- “Kan ik hier wel postzegels kopen voor ansichtkaarten?”
- “Ja, dat kan.”
- “Dan wil ik graag postzegels voor twee ansichtkaarten. Nee, doe maar voor drie.”
Nu had ik ‘m, meende ik. Bovendien stonden er inmiddels al zo’n vijf mensen achter mij in de rij, die allen met enige afkeuring keken. Ik zocht hun blik in de veronderstelling dat ik bijval zou krijgen, maar ik bleek soort van “doorzichtig” te zijn.
- “Ja maar, u wilt een brief versturen en geen ansichtkaart.”
- “Klopt, maar misschien ga ik binnenkort wel een ansicht versturen.”
De man achter het loket stond nu op en verdween in een kamertje ergens achterin het gebouw. Iets later kwam er een kolossale meneer in een net uniform uit een zijdeur. Hij zei het hoofd van het hoofdpostkantoor te zijn.
- “U wilt postzegels, maar u heeft de brief niet bij u?”, vroeg hij mij met een van autoriteit druipende stem.
- ” Klopt, maar het is een gewone brief met één velletje papier er in.”
- “Dat kan niet: u moet de brief meenemen!”
- “Doet u mij voor de zekerheid dan maar een dubbele hoeveelheid aan postzegels…”, wanhoopte ik.
- “Nee, zonder brief kunnen wij u geen postzegels meegeven. En u moet gaan!”, nu met een dwingende stem.
Ik bleek mij niet meer in te kunnen houden en gooide het credo “wij hebben de tijd” volledig overboord.
- “Ik ga hier niet weg zonder postzegels”, sprak ik op pertinente toon.
Het hoofd keek naar de lange rij wachtenden en zei na korte aarzeling tegen de loketbeambte:
- “Geef meneer maar zijn postzegels.”
En tegen mij op bestraffende toon: “De volgende keer neemt u de brief mee!”
Waarop ik kordaat verkondigde: “Nouhou… ik kom hier nooit weer!“
Die verkoop ging overigens niet zomaar. Ik kreeg voor 20 SRD aan postzegels en overhandigde de beambte een briefje van 50. Ik zag de wanhoop in zijn ogen toen hij de geldla opentrok en er slechts één briefje van 10 SRD ontwaarde. Hulpeloos keek hij mij aan.
- “Je mag mij het resterende bedrag anders ook in postzegels geven. Heb ik meteen ruim genoeg voor een volgende brief.”, zei ik enigszins… oh nee… nogal triomfantelijk.
Daarop trok de beambte een andere lade open. Hij haalde uit een aldaar gevonden ordner een grote stapel met postzegelvellen van allerlei coupures en begon lukraak wat vellen te bestuderen. Ik zag zijn gezicht somberder worden.
Totdat ik plots een brandende (virtuele) gloeilamp boven zijn hoofd meende te zien verschijnen: hij stak triomfantelijk het briefje van 10 SRD in de lucht:
- “Dan geef ik u nogmaals dezelfde hoeveelheid postzegels mee.”
Met twee keer zoveel postzegels als nodig én met een briefje van 10 SRD, verliet ik het hoofdpostkantoor. De tjoeries waren niet van de lucht, maar ik had mijn buit binnen. Toch schaamde ik me een beetje dat ik zo uit mijn plaat was gegaan, alle goede “no spang” voornemens ten spijt.
Deel 2: Plakzegels

En nog meer spijt kreeg ik enkele dagen er na, vooral over mijn opmerking “ik kom hier nooit weer”. Op de aanvraagformulieren voor onze visa moesten namelijk “plakzegels” worden euh… geplakt ter waarde van SRD 1,50 (€0,25). En die zijn alleen te koop –je voelt ‘m al aankomen– op het hoofdpostkantoor.
Nou wilde het toeval dat onze vaste taxichauffeur, Marciano, mij een paar dagen eerder gratis had laten vervoeren door zijn vrouw Lucretia (wiskunde-lerares en mede-nerd); zelf kon hij even niet, de schat.
Dus ik dacht twee dingen te kunnen combineren: vermijden zelf naar het hoofdpostkantoor te hoeven (ach ja… “pick your battles“, zeg maar) én Marciano met een flinke fooi te kunnen bedanken. Aldus stond Marciano enkele uren later met vier gloednieuwe plakzegels op onze stoep. En was mij gezichtsverlies bespaard gebleven.
Eind goed, al goed? Nja… nee.
Deel 3: Mondkapjes
Ik had mondkapjes laten maken via zo’n mondkapjes-onwerp-site. Aan Suriname leveren ze niet, dus was onze fijne vriend Huub zo lief ze naar mij op te sturen. Dat was al zo’n anderhalve maand geleden, terwijl Huub ze toch direct had verstuurd naar ons huidige adres.
Pas toen leerde ik dat er hier geen postbodes bestaan. Wèl brievenbussen in elke deur, maar daar wordt nooit iets ingestopt. En hoe kom ik dan aan mijn mondkapjes? Door ze zelf op te halen van het hoofdpostkantoor aan de Campagnestraat. Er zijn blijkbaar meerdere hoofdpostkantoren in Paramaribo en pakjes uit het buitenland komen aan op die aan de Campagnestraat. En die straat ligt mijlenver van het hoofdpostkantoor aan het Kerkplein.
Niets kon een fijne pakjes-ophaal-dag nog in de weg staan! Aangekomen bij dat hoofdpostkantoor meldde ik me bij de receptie. “Nee, pakjes liggen bij het hoofdpostkantoor aan de Vulcanusstraat”. Paramaribo zit ruim in z’n hoofdpostkantoren, blijkt.
Gelukkig bevond zich dat hoofdpostkantoor slechts enkele straten verderop. “Neen; pakjes, die zitten in een doos. Dat van u zit in een grote envelop, dus dat is een brief. Dan moet u naar het hoofdpostkantoor aan de Campagnestraat”.
“Hallo… ja… nee… sorry… het is toch een brief”, stotterde ik bij dezelfde mevrouw die mij zojuist vriendelijk naar het hoofdpostkantoor aan de Vulcanusstraat had gestuurd. “Wacht u even hier”: mijn geval werd opgezocht in de computer.
“Ja, hoor; die is aangekomen… nummer 1087”. Ik sprong een gaatje in de ge-airconditioneerde lucht. “Die kunt u ophalen op ons hoofdpostkantoor aan het Kerkplein”. Ik landde onzacht.

Enfin… fiets, fiets, fiets en afstappen om de hoek bij het Kerkplein. Eerst maar eens voorzichtig naar binnen gluren of ik bekende gezichten zag. Die zag ik niet en ik stapte moedig naar binnen.
Bij loket 1 stond “Afhalen pakjes”, dus dat leek mij een goede keuze. Een tweetal beambten stonden over een smartphone gebogen en keken kort op. Na een minuut kwam één van hen naar mijn loket met de melding “wij komen zo bij u”. Dat vond ik goed nieuws! Ook met zo’n historie in dit hoofdpostkantoor wist ik toch weer mijn “wij hebben de tijd”-gevoel op te wekken.
Na zo’n vijf minuten op de smartphone getuurd te hebben, kwam dezelfde man weer naar mij toe. “Ik kom zending 1087 ophalen” verklaarde ik, zorgvuldig de termen “pakje” en “brief” vermijdend. “Dan moet u naar loket 3”, verklaarde de man op zijn beurt. Dat was dus precies het loket waar het bordje “Postzegel verkoop” hangt, maar goed; ik was nu al zo dicht bij mijn “zending”…
Er stond niemand achter het loket 3. De vriendelijke man was van loket 1 naar een dame bij loket 2 gelopen en liet ook haar op zijn smartphone kijken: ik zag dat hij foto’s liet zien. Blijkbaar waren het vrolijke foto’s, want er werd luid gelachen.
Geduldig wachtte ik bij loket 3. Waar na wéér zo’n vijf minuten zomaar de man van de vrolijke foto’s plaats nam. “Ik kom zending 1087 ophalen”. Hij stond op en liep kordaat naar loket 4. Ik keek hem na, in de verwachting dat hij zo weer terug zou komen. Maar nee, hij begon mij te wenken; ik moest ook naar loket 4.
“Ik moet het van hiernaast halen, wilt u nog even wachten?” Dat wilde ik wel. Zo’n tien minuten gingen voorbij en hij kwam terug met “mijn brief/pakje”. Ik zag hem nog juist zijn telefoon wegstoppen. Het pakje legde hij verleidelijk in het zicht neer aan de andere kant van het glas.
Weer verdween hij, maar dook nu vlakbij een kast in en haalde daar een dik dossier uit. Blader, blader, blader, het dossier ging weer dicht en hij liep mijn kant op. “Wilt u dit nog even tekenen?” en na dat gedaan te hebben, kon ik mijn mondkapjes in de armen sluiten.
Ik bedankte de man uitgebreid, keek nog eens om mij heen en toen viel het mij op dat al het personeel mij aan zat te staren.
Zou het? Zou er op de “dag-van-de-postzegels” een foto van mij zijn gemaakt, die daarna is verspreid onder het voltallige personeel met het bijschrift “deze meneer wilde zomaar postzegels kopen zonder de brief bij zich te hebben“??

Tja, wat boeit het me: ik heb mijn mondkapjes!!
Enne, die brief waarvoor ik indertijd postzegels nodig had? Die heb ik zelf maar op het adres bezorgd, met postzegels en al door de brievenbus geschoven. Nooit een reactie op ontvangen…