Ritme

In Nederland liepen Jess en ik nogal “uit de pas”, qua dagritme. Ochtendmens-Jess stond al heel vroeg op, bereidde zich in alle rust voor op haar dag en ging dan, na een lange, uitputtende dag op school, ook weer vroeg naar bed.

Daarentegen opende nachtmens-ik pas om tien uur de ogen. Werk legde ik “eventjes” naast me neer zodra Jess ’s middags thuis kwam, zodat we dan heerlijk alle tijd voor elkaar hadden. Rond tien uur ’s avonds ging ik voort met werken, tot ik ergens diep in de nacht vanzelf omviel.

In Suriname lopen we juist weer helemaal synchroon: het klimaat dicteert hier simpelweg hoe je je dag indeelt.

En dat begint met opstaan om vijf uur, waarbij we eerst vanaf ons balkonnetje rustigjes het leven in Paramaribo zien én horen beginnen. Het is dan nog lekker koel: zo’n 25°. Jess vertrekt om half zeven naar school en ik stap rond half negen, als de temperatuur inmiddels is opgelopen tot 29°, op de fiets om de “dagelijkse dingetjes” buitenshuis te doen.

Rond twee uur loopt de temperatuur op tot 35° (in de schaduw), dus dan wil ik per se weer thuis achter de ventilator zitten. Edoch, niet alleen de temperatuur is een beperkende factor; rond elf uur barst er steevast een daverende hoosbui los. “Raining cats and dogs” is een understatement, ’t zijn eerder “pigs and cows” die naar beneden komen donderen.


Vooral in het begin, toen ik nog niet zo goed wist hoe het er hier “aan toe gaat”, liep mijn planning nogal eens spaak. Met de pinpas betalen kan hier nergens, dus punt één op m’n agenda was telkens; geld uit de pinautomaat trekken. Maar goed, dat doet dus heel Paramaribo. Rijen van 30 man/vrouw voor de flappentap zijn niet ongewoon.

En het is me ook al meermaals overkomen dat ik eerst twee uur in een stilstaande rij moest staan, omdat de pinautomaat pas om elf uur werd gevuld (hier schrijf ik later nog een stukje over). Vòòr elf uur thuis zijn, zat er dan niet in.

Als ik mazzel had, barstte de tropische regenbui op het verwachtte tijdstip los en peddelde ik drijfnat huiswaarts, het water gutsend over de rand van mijn hoofddeksel en mijn boodschappentas als een waterballon opzwellend. Helaas bleef het soms plots toch droog, waarbij ik bijkans uit elkaar spattend van de hitte thuis aankwam.

Inmiddels ben ik al een stuk handiger geworden en kom ik ’s ochtends ook weer aan werken toe. Deel twee van mijn werkdag doe ik wel nog als vanouds in het holst van de nacht…


Als Jess om twee (of drie) uur van school thuis komt —de school bevindt zich op 5 minuten fietsen van huis— wisselen we eerst opgewonden onze ervaringen uit van die ochtend. Want in die paar uurtjes zonder elkaar worden we ieder, als zijnde nieuwelingen in een exotisch land, bekogeld met de meest bizarre gebeurtenissen.

Dan nog even boodschapjes doen bij Jim’s supermarkt, alwaar we inmiddels graag geziene klanten zijn geworden; we worden er zelfs al uitgewuifd, begeleid met een vrolijk “doei”. Halen af en toe om de hoek twee heerlijke roti’s bij het in geheel Paramaribo bekende “Chris Roti”.

Of gaan nog wat fietsen om de buurt te verkennen. Binnenkort voegen we daar nog een sportieve exercitie aan toe, nu we introductie-lid zijn geworden van sportclub “Oase”.

Rond vijf uur slepen we ons met onze laatste krachten naar bed om een middagdutje te doen tot zeven uur ’s avonds. De temperatuur is dan al weer gedaald tot 31° en, met het aangename briesje dat over ons balkon waait, hervinden we enigszins onze krachten.

Uitzondering zijn de weekenden, wanneer we ons in een taxi hijsen en ons van vijf tot de avondklok van negen uur in “Wan Bon Biri” laten vermaken door lokale muzikale beroemdheden. Gek toch, hoe je overal ter wereld een uitgaansplek wilt creëren “where they know your name“: is gelukt en is nog ook rete-leuk ook.

Zo waren we er gisteravond deelgenoot van het “Oktoberfest”, compleet met Tiroler kledingdracht en “Ein prosit” gezang bij de tafels met de hoogste bierconsumptie. Zondag gaan we er weer heen, om onze lieve huisbaas Prachant te trakteren als dank voor zijn inzet om ons huis perfect te maken (zwembad op de compound is ook bijna klaar!).

Rond zeven uur wordt het in één klap donker. We zijn vanaf dat moment aan huis gekluisterd, want in onze buurt is het dan niet geheel veilig meer op straat voor de bakra. Gelukkig zitten we in ons huis hartstikke veilig, wetende dat “onverlaten” zich eerst een weg moeten banen langs:

  1. een be-prikkeldraad hek, 
  2. drie honden, 
  3. een metalen tussenpoort, 
  4. metalen tralies én tenslotte 
  5. een houten deur met drie degelijke sloten. 

Het mee moeten zeulen van al die sleutels er voor alleen al is een work-out van heb-ik-jou-daar.

Bovendien werken alle honden uit de buurt samen als het gaat om verdachte types en slaan en masse aan bij onraad. En dient buurman, die met zijn gezin ook op onze compound woont, bij een soort elite-eenheid in het Surinaamse leger.

Kortom, ons kan niets gebeuren!

Scheelt dat de avondklok hier om negen uur ’s avonds ingaat, zodat er doordeweeks vanaf dat moment ook weinig “wereldse verleidingen” meer lonken. Toch voelen we ons niet opgesloten, want vanaf ons riant balkonnetje zijn we getuige van een overmaat aan theaterstukjes. Bijvoorbeeld:

  • We verbazen ons over de taalkundige rijkdom, die de luidruchtig ruziënde buren bezigen en nemen ons voor om ons per avond minimaal één woordje van het bloemrijke verbale geweld eigen te maken (nog niet gelukt, overigens). 
  • Of verzinnen we een samenhangende vertaling bij het geblaf van Rambo, Rambie en Rimbo; drie miniatuur hondjes, die vooral aanslaan als “Benson”, een reu uit “de betere buurt”, voor hondse afgunst komt zorgen (ook hier later een langer stukje over).
  • Ook bepalen we van iedere avondklok-schendende motorfiets/auto of deze “in de buurt hoort” aan de hand van hun behendigheid om de gevaarlijk diepe kuilen in onze straat te omzeilen. 
  • Daarnaast aanschouwen we het spektakel der vleermuizen, die in omvang variëren van geodriehoek tot gevarendriehoek (ok, ik overdrijf… een beetje).
  • En reageren we verrukt als we tenminste één ster zien schitteren, want de nachtelijke hemel is altijd in nevelen gehuld. Het is hier sowieso de hele dag sompig vochtig; onze was droogt bijvoorbeeld alleen in de volle zon op.
Zicht vanaf De Waterkant op de (meestal onbeweeglijke) hijskranen in de haven van Paramaribo.

Vanaf ons balkon zien we aan de horizon twee gigantische container-hijskranen, die –badend in het licht– al vanaf onze eerste dag onbeweeglijk staan te pronken en vragen ons af of we ze dit jaar ooit nog gaan zien bewegen. Want de economische situatie hier is penibel.

Nu zonder tussen haakjes te zetten: ook hierover wil ik nog een stukje schrijven.

Maar daarvoor moet ik eerst Suriname nog veel beter leren begrijpen. En dat vergt meer nuance, dan ik aanvankelijk had gedacht: dit land, zijn inwoners, het politieke systeem en eigenlijk alles is er extreem complex. Ik zou nog niet durven om mij daar nu al een mening over aan te meten…

Dat klinkt wrang. En dat is het ook! Maar toch sluiten Jess en ik iedere avond af met een diepe zucht van geluk. Dit jaar, deze ervaringen, al die lieve mensen die we nu al hebben ontmoet en die hier onder ontiegelijk moeilijke omstandigheden het hoofd boven water weten te houden; respect!!

Suriname: we zijn verliefd op je! ❤️
Er gaat zeker nog veel “magic happenen“.

En nu ga ik nog even wat werken (03:00 – 25°).
Liefs, Jess en Chris.