Eerst vanwege wat hinderlijkheden, zoals m’n leverinfectie, maar op ’t laatst omdat ik het gewoonweg véél te druk had met het-errug-leuk-hebben in Suriname.
Voordeel is wel dat ik na al die maanden veel meer weet over ‘s lands bekoorlijkheden. En mij ook meer durf uit te spreken over ‘s lands eigenaardigheden. Dat gaat de komende tijd dan een flink aantal verslagjes opleveren. De eerste schrijf ik hieronder gelijk al en die valt behoorlijk in de categorie eigenaardigheden.
Hoe ik hier de medische zorg heb ervaren
Na acht bezoekjes aan drie ziekenhuizen, onderzoek door vijf specialisten, diverse ader- en andere-latingen in zes verschillende laboratoria én twee medische stakingen, kan ik mezelf best wel ervaringsdeskundig noemen.
Het begon allemaal onschuldig, met een bacteriële infectie aan mijn voet. Daar had ik in China al ervaring mee. Ik liep er destijds te lang mee rond, waardoor de arts in het streng Maoïstische staatsziekenhuis van Guilin voorstelde om dan maar mijn onderbeen te amputeren.

Zover wilde ik het nu niet laten komen en maakte in een vroeg stadium voortvarend een afspraak voor het spreekuur bij een huisartsenpraktijk dat op Google de meeste gouden sterren had. Vol vertrouwen belde ik daar de volgende ochtend aan. En ondanks een overvolle wachtruimte was ik al na enkele minuten aan de beurt.
Rekenfoutje met heftige gevolgen
De behandelende huisarts maakte op mij een zeer capabele indruk. Ik liet haar mijn voet zien en vertelde terloops over mijn ervaringen in China. Wellicht had ik dat laatste beter niet kunnen doen, want zij schreef mij vervolgens de aller-zwaarste antibiotica voor. En ze rekende voor: “Twee weken, driemaal daags; dat zijn 52 pillen”. Ik ging daar schaapachtig in mee, alhoewel het er 42 hadden moeten zijn.
52 pillen later was mijn voet genezen, maar mijn lever hapte naar adem. En, wederom bij de huisarts gezeten, kwamen we beiden tot de conclusie dat die antibiotica er de oorzaak van moest zijn. Maar toch wilde de huisarts met grondig onderzoek alle andere oorzaken uit sluiten. Daarmee begon mijn lange rondgang langs talloze medische instellingen en specialisten.
Wat mij begon op te vallen, was dat ik ook daar telkens erg snel aan de beurt was. Vooral bij de ziekenhuizen zaten horden mensen er al veel langer te wachten, vaak zelfs buiten in de volle hitte. En dat terwijl ik net zoals iedereen gewoon een volgnummertje uit zo’n apparaat had getrokken.
Staking? Ja, maar niet voor u.
Nog gekker werd het, toen ik naar de internist belde om te vragen of mijn afspraak door zou gaan. Die dag zou de gehele medische zorg in Suriname namelijk gaan staken. Ik kreeg te horen dat “die staking niet gold voor mij”. Een radioloog werd zelfs thuis opgebeld om op zijn vrije dag toch maar een echo van mij te komen maken.

Het was overduidelijk dat ik een voorkeursbehandeling ontving. En dat ik alles met cash betaalde, had daar ongetwijfeld mee te maken. Niet uit inhaligheid, maar simpelweg omdat de ziekenhuizen hier met astronomisch grote geldproblemen kampen. De regering én de verzekeringsmaatschappijen lopen namelijk vreselijk achter op hun betalingen en komen beloftes over salaristoeslagen of ruimere budgetten gewoonweg niet na.
Al vòòr de Covid-19 pandemie was er daardoor een schrijnend tekort aan personeel, hulpmiddelen en medicijnen. Zo werd bijvoorbeeld onze overbuurman na drie dagen op een verpleegafdeling te hebben gelegen, wachtend op een operatie, weer naar huis werd gestuurd wegens gebrek aan medische middelen. En in de nationale pers verschijnen geregeld artikelen over voorkombare sterfte, zelfs op de afdeling Neonatologie.
Vanwege het lage loon is het zorgpersoneel sowieso al genoodzaakt om dubbele diensten te draaien of er een tweede baan op na te houden. Terwijl het ook zomaar zo kan zijn dat de ene specialist een gigantisch hoog salaris ontvangt, terwijl een andere op diezelfde afdeling nauwelijks genoeg verdient om van rond te komen.
De gebouwen en het interieur van de ziekenhuizen zien eruit alsof ze jaren geleden door een communistische architect zijn ontworpen en daarna nooit meer zijn gemoderniseerd. Onderhoud aan niet-medische faciliteiten lijkt nauwelijks plaats te vinden. Ik kreeg bijvoorbeeld de indruk dat de toiletten in ziekenhuis “X” al sinds lang niet meer waren schoongemaakt. En die irritant knipperende Tl-buis in de wachtruimte is, in die maanden dat ik daar kwam, nooit vervangen.
Daar kwam dan de Covid nog eens bovenop!
Nog wel in een land waar de meerderheid afwijzend kijkt naar vaccineren. Dat je je hier anoniem kunt laten vaccineren, zegt wel wat. In sommige kringen is het wantrouwen in de reguliere medische zorg zelfs zo groot dat men liever vertrouwt op “Oso Dresi” (traditionele huis-medicijnen). Toch is de zorg altijd blijven draaien, weliswaar vast met nóg meer kunst, vliegwerk én protestacties door het medisch personeel. Maar vast ook omdat de “officiële” Covid gevallen hier relatief laag bleven.
Dat lage aantal kan deels komen omdat het openbare leven zich hier vooral in de buitenlucht afspeelt. Ook zal het goed nageleefde mondkapjesbeleid en de verplichte temperatuurmeting bij winkels de besmettingsgevallen hebben weten te beperken. Maar het schijnt dat velen zich simpelweg niet lieten testen of behandelen uit angst voor medische kosten. Een groot deel van de bevolking kan zich geen verzekering permitteren, laat staan een behandeling voor Covid.
Ik werd altijd snel geholpen en kon rekenen op de allerbeste zorg. Omdat ik er slecht aan toe was, liet ik me dat in dankbaarheid welgevallen. Waardeerde ik het indien de specialist mij ’s avonds laat nog even belde om te vragen hoe het met me ging. Stelde het me gerust dat mijn telefoonboekje zich vulde met privénummers van artsen die ik “altijd kon bellen”. Maar het voelde wel verkeerd.
Jess en ik kwamen naar Suriname met het plan om hier te leven zoals iedereen hier leefde. Deel te worden van de maatschappij. Maar wat er gebeurde, was dat we —als was het een natuurwet– automatisch in een aparte categorie werden geplaatst. Die van de E-crowd; de elite.
We hebben ons nooit buitenstaander gevoeld, dat niet. Daarvoor wonen er teveel Bakra’s in Suriname en die “horen” er in de Surinaamse gemeenschap ook gewoon bij. We worden dus wél gezien als Surinamers. Maar dan als Surinamers die én geld hebben én goed ontwikkeld zijn én “connecties” hebben om al hun wensen te kunnen verwezenlijken.

We zijn natuurlijk ook bevoorrecht.
Ten eerste wat betreft het onderwijs dat wij hebben kunnen genieten. En daar bovenop nog eens wat betreft onze financiële middelen: Voor Surinaamse begrippen zijn wij rijk. En hoezeer wij hier ook proberen om “gewoon volk” te zijn, we zijn E-crowd.
Het respect dat ons daardoor ongevraagd én ongewenst wordt gegeven, al dan niet geveinsd of met bijbedoelingen, is van het type: “Jullie zijn meer waard dan ik”, “Jullie kunnen meer bereiken dan ik” en “Jullie weten meer dan ik”. Datzelfde “opkijken naar ons” proeven we zelfs nog bij hen met wie we inmiddels al bijna een jaar eerlijk en nauw contact hebben.
Ook hoe we –wederom ongevraagd én ongewenst– worden behandeld door “mede E-crowders”, ongeacht hun etnische of culturele achtergrond: “Je moet gewoon de juiste connecties hebben”, “De meeste Surinamers zijn lui” en “Met jullie kan ik op niveau praten”.
We hebben hier fijne mensen ontmoet, hechte vriendschappen gesloten en heerlijke momenten met hen beleefd. Maar het is gewoon niet rechtvaardig dat wij bij alles al één – nul voorstaan. Het heeft onze indentiteit als inwoner van Surinamer bepaald. Gewone Surinaamse inwoners hebben wij nooit kunnen worden. En wij hebben geen idee wat we daarvan moeten denken.
Naschrift
Door de laatste drie alinea’s lijkt het alsof we hier alleen maar mensen hebben ontmoet die ofwel in de ene ofwel in de andere categorie vallen. Dat is absoluut niet zo. We hebben gelukkig juist ook heel veel mensen ontmoet die niet meedoen aan dat vooringenomen klasse-denken. We gaan hun nog vreselijk missen, want zij zijn dierbare vrienden geworden.
